Naar inhoud springen

sottise

Uit WikiWoordenboek
  • sot·ti·se
  • Uit het Frans; in het Nederlands bekend sinds 1720 [1][2]
enkelvoud meervoud
naamwoord sottise sottises
verkleinwoord

desottisev

  1. onnozelheid, domheid, zotternij
17 %van de Nederlanders;
18 %van de Vlamingen.[3]


  • Afgeleid van  sot bn  met het achtervoegsel -ise.
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  sottise     la sottise     sottises     les sottises  

sottise v

  1. dwaasheid, gekheid, onnozelheid, zotheid, zotternij