soi-disant
Uiterlijk
- Geluid: soi-disant (hulp, bestand)
- IPA: /swadizɑ̃/
- soi-di·sant
- Ontleend uit het Frans. Samenstelling van soi (nl: zichzelf) en disant, dat het voltooid deelwoord is van dire (nl: zeggen).
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | soi-disant |
| verbogen | - |
soi-disant
- Het woord 'soi-disant' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
- verbinding van soi en disant
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| mannelijk | soi-disant | soi-disants |
| vrouwelijk | soi-disante | soi-disantes |
soi-disant
- soi-disant [1], zelfbenoemd, zelfverklaard
- soi-disant [2], zogenaamd
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 10
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- Niet in Woordenlijst Nederlandse Taal
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 10
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Frase in het Frans
- Bijvoeglijk naamwoord in het Frans