snoepje

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • snoep·je
enkelvoud meervoud
naamwoord snoepje -
verkleinwoord snoepje snoepjes

Zelfstandig naamwoord

snoepje o dim. tant.

  1. een stuk snoepgoed
    • Als je braaf bent, krijg je een snoepje. 

Zelfstandig naamwoord

snoepje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord snoep

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie