smouzen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • smou·zen
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

smouzen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord smous
Schrijfwijzen

Gangbaarheid

38 % van de Nederlanders;
31 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen