smousen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • smou·sen
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

smousen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord smous
Schrijfwijzen

Gangbaarheid

40 % van de Nederlanders;
26 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen