smaakloos

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • smaak·loos
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen smaakloos smaaklozer smaakloost
verbogen smaakloze smaaklozere smaaklooste
partitief smaakloos smaaklozers -

Bijvoeglijk naamwoord

smaakloos

  1. zonder smaak
    • Pasta zonder saus is meestal smaakloos.  
  2. met een heel verkeerde smaak
    • De dikke man maakte allerlei smakeloze grapjes over de vrouwen die voorbij kwamen. 
Synoniemen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.