slurp
Uiterlijk
- slurp
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | slurp | slurpen |
| verkleinwoord | slurpje | slurpjes |
- ineengedraaide punt van een touw
- zoveel als men in één keer slurpt; slurpende teug
| vervoeging van |
|---|
| slurpen |
slurp
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van slurpen
- Ik slurp.
- gebiedende wijs van slurpen
- Slurp!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van slurpen
- Slurp je?
- Het woord slurp staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "slurp" herkend door:
| 98 % | van de Nederlanders; |
| 94 % | van de Vlamingen.[3] |
- ↑ slurp op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
- slurp
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | slurp | slurpe |
slurp
| stamtijd | |
|---|---|
| infinitief | voltooid deelwoord |
| slurp |
geslurp |
| volledig | |
slurp onovergankelijk
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 5
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 98 %
- Prevalentie Vlaanderen 94 %
- Woorden in het Afrikaans
- Woorden in het Afrikaans met audioweergave
- Zelfstandig naamwoord in het Afrikaans
- Zoötomie in het Afrikaans
- Werkwoord in het Afrikaans
- Werkwoord zonder scheidbaarheidsparameter in het Afrikaans
- Onovergankelijk werkwoord in het Afrikaans