skipret

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ski·pret
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord skipret
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

skipret v/m

  1. de lol die je kunt beleven aan de wintersportvakantie
    • De krokusvakantie kent veel pech. Eerst de staking van Transavia-piloten, nu de domper voor zonaanbidders op de natte Canarische Eilanden. Sneeuwzoekers in de Alpen hebben te maken met bittere kou, wat de skipret voor velen drukt. [1] 
    • Skiën is bepaald niet goedkoop voor de gemiddelde Chinees, en het is daarmee duidelijk een sport voor de gegoede middenklasse. Vrijwel niemand heeft eigen ski's of een skipak, en vooral de huur van de ski's en de prijs van de skilift maken dit tot een duur uitstapje als je met het hele gezin gaat: het geld dat je met z'n drieën kwijt bent voor een dagje skipret, is ongeveer net zo veel als je nodig hebt om het maandloon van een huishoudelijke hulp voor dag en nacht te betalen. [2] 

Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. De Telegraaf PAUL ELDERING 26 feb. 2018 ’Laatste Nederlandse toeristen onderweg vanaf Canarische Eilanden’
  2. NRC Garrie van Pinxteren 7 februari 2004 In pak en stropdas op Chinese kunstsneeuw
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be