skiff

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • skiff
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘roeivaartuig’ voor het eerst aangetroffen in 1889 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord skiff skiffs
verkleinwoord skiffje skiffjes

Zelfstandig naamwoord

skiff m [3]

  1. (sport) lichte eenpersoons sportroeiboot

Gangbaarheid

62 % van de Nederlanders
51 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen