simultaan

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • si·mul·taan
stellend
onverbogen simultaan
verbogen simultane

Bijvoeglijk naamwoord

simultaan

  1. (medisch) gelijktijdig
Vertalingen
Gangbaarheid
98 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie