sfincter

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sfinc·ter
enkelvoud meervoud
naamwoord sfincter sfincters
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

sfincter ; m

  1. (medisch): kringspier, sluitspier
Vertalingen

Gangbaarheid

16 % van de Nederlanders
14 % van de Vlamingen.

Meer informatie