sege

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord sege seges

Zelfstandig naamwoord

sege

  1. zege
    «Nederland verf Kaap vir oulaas oranje met sege
    Nederland kleurt de Kaap voor het laatst oranje met een overwinning.