schuimpje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schuim·pje
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord schuim -
verkleinwoord schuimpje schuimpjes

Zelfstandig naamwoord

schuimpje o dim. tant.

  1. van suikerschuim vervaardigde lekkernij

Zelfstandig naamwoord

schuimpje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord schuim

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie