schijntje

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schijn·tje
enkelvoud meervoud
naamwoord
verkleinwoord schijntje schijntjes

Zelfstandig naamwoord

schijntje dim. tant.

  1. een (te) klein bedrag
    • Op het gymnasium van mijn dochters wordt met veel trompetgeschal sport aangeboden: verzorgd door de sportclubs in de buurt, voor een schijntje. Mijn dochters hebben nu drie keer aan dat soort naschoolse activiteiten (Topscore genoemd) deelgenomen. [1] 
Synoniemen

Zelfstandig naamwoord

schijntje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord schijn

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
81 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Het Parool 3 JULI 2017 'Dikke kinderen niet bereikt met obesitasaanpak gemeente'
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be