schellinkje
Uiterlijk
- Geluid: schellinkje (hulp, bestand)
- IPA: / ˈsxɛlɪŋkjə / (3 lettergrepen)
- schel·lin·kje
- afgeleid van schelling zn met het achtervoegsel -kje [1] [2]
- [2] omdat de toegangsprijs tot deze rang ooit maar een schelling was; in de betekenis van ‘laagste schouwburgrang’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1872 [3]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | (schelling) | (schellingen) |
| verkleinwoord | schellinkje | schellinkjes |
het schellinkje o
- verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord schelling
- alleen verkleinwoord (informeel) goedkoopste rang in een schouwburg, waarvoor de toegangsprijs in de orde van een schelling placht te zijn
- [2] engelenbak
- Het woord schellinkje staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ schellinkje op website: Etymologiebank.nl
- ↑ "schellinkje" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 11
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -kje in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nederlands
- Betekenis alleen als verkleinwoord in het Nederlands
- Informeel in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal