engelenbak

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • en·ge·len·bak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord engelenbak engelenbakken
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

engelenbak m [1]

  1. de hoogstgelegen en goedkoopste zitplaatsen in een schouwburg of operagebouw
    • Sinds afgelopen week zit verder Ayaan Hirsi Ali (VVD) in de engelenbak van het parlement, tussen haar fractiegenoten Laetitia Griffith en Charlie Aptroot. Tot voor kort zat zij ergens op de derde rang, naast Hans Hoogervorst die doorschoof naar het kabinet. Haar verhuizing naar achteren hangt samen met twee in het leven van Kamerleden heel belangrijke dingen: baantjes en woordvoerderschappen. Die zijn meer nog dan de plek van de zetel in de grote zaal bepalend voor de pikorde.[2] 
Synoniemen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Frank Vermeulen 10 juni 2003