rugir

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Spaans

stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
rugir
rugía
rugido
volledig

Werkwoord

rugir

  1. (dierkunde) brullen (leeuw)
  2. kraken
  3. schreeuwen, huilen, brullen (van pijn of woede)