rondzien

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rond·zien
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

rondzien

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
rondzien
zag rond
rondgezien
klasse 5

onregelmatig

volledig
  1. kijken met een blik die alle richtigen van een ruimte doorkruist
    • We hebben uitgebreid in het museum rondgezien. 

Gangbaarheid