rondom

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
[2] De kinderen zitten rondom de tafel.


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Voorzetsel

rondom

  1. in de buurt van, ongeveer tijdens
    • Rondom kerst is er vaak sneeuw. 
  2. een plaats omcirkelend
    • Rondom het stadhuis zijn een aantal bloemenwinkels. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen