rondkomen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rond·ko·men
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
rondkomen
kwam rond
rondgekomen
klasse 4 volledig

Werkwoord

rondkomen

  1. ergatief in staat zijn van zijn inkomsten te leven
    • Hij vond wel een nieuwe baan, maar ze konden er nauwelijks van rondkomen. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.