releveren
Uiterlijk
- re·le·ve·ren
- Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘ontheffen, doen uitkomen’ voor het eerst aangetroffen in 1464 [1]
- afgeleid van het Franse relever (met het achtervoegsel -eren) [2]
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| releveren |
releveerde |
gereleveerd |
| zwak -d | volledig | |
releveren overgankelijk [3]
- de aandacht bijzonder vestigen op, beter doen uitkomen, accentueren
- ontheffen, vrijspreken
- [1] reliëf
- Het woord releveren staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "releveren" herkend door:
| 48 % | van de Nederlanders; |
| 56 % | van de Vlamingen.[4] |
- ↑ "releveren" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ releveren op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Achtervoegsel -eren in het Nederlands
- Zwak werkwoord (-d) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Niet-samengesteld werkwoord in het Nederlands
- Overgankelijk werkwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 48 %
- Prevalentie Vlaanderen 56 %