rekenles

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·ken·les
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord rekenles rekenlessen
verkleinwoord rekenlesje rekenlesjes

Zelfstandig naamwoord

rekenles v/m

  1. (onderwijs) een korte tijd gedurende welke men rekenen leert
    • Meester Valentijn zorgde ook voor de rekenles 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.