rappeler

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Frans

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
rappeler
rappelais
rappelé
eerste groep volledig

Werkwoord

rappeler

  1. wederkerend herinneren
    «Essaie de te rappeler ce qui s'est passé.»
    Probeer je te herinneren wat er gebeurt is.
  2. terugbellen