rappel
Uiterlijk
- rap·pel
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | rappel | rappels |
| verkleinwoord |
het rappel o
- aanmaning, herinnering, waarschuwing
- De bibliotheek stuurde een rappel dat we de boeken moesten terugbrengen.
- terugroeping
- Het woord rappel staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "rappel" herkend door:
| 70 % | van de Nederlanders; |
| 90 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ rappel op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| rappel | le rappel | rappels | les rappels |
rappel m
- het terugroepen van iets of iemand
- rappel; aanmaning; herinnering
- (economie) terugroepactie
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 6
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 70 %
- Prevalentie Vlaanderen 90 %
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 6
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Frans
- Economie in het Frans