Naar inhoud springen

rappel

Uit WikiWoordenboek
  • rap·pel
enkelvoud meervoud
naamwoord rappel rappels
verkleinwoord

hetrappelo

  1. aanmaning, herinnering, waarschuwing
    • De bibliotheek stuurde een rappel dat we de boeken moesten terugbrengen. 
  2. terugroeping
70 %van de Nederlanders;
90 %van de Vlamingen.[2]


enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  rappel     le rappel     rappels     les rappels  

rappel m

  1. het terugroepen van iets of iemand
  2. rappel; aanmaning; herinnering
  3. (economie) terugroepactie