rabbinaat

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rab·bi·naat
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord rabbinaat rabbinaten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

rabbinaat o

  1. (Jiddisch-Hebreeuws) functie en waardigheid van een rabbijn
  2. (Jiddisch-Hebreeuws) alle rabbijnen van een ressort
  3. (Jiddisch-Hebreeuws) kantoor waar rabbijnen zetelen en vanuit hun werkzaamheden verrichten

Gangbaarheid

68 % van de Nederlanders;
57 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen