raakvlak

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • raak·vlak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord raakvlak raakvlakken
verkleinwoord raakvlakje raakvlakjes

Zelfstandig naamwoord

raakvlak o [1]

  1. (wiskunde) het platte vlak opgespannen door de rechte lijnen die het voorwerp in het raakpunt raken
  2. (figuurlijk) gemeenschappelijk gebied

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen