prullerij

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • prul·le·rij
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van prul met het achtervoegsel -erij
enkelvoud meervoud
naamwoord prullerij prullerijen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

prullerij v [1]

  1. vodden, iets dat geen waarde heeft
Synoniemen

Gangbaarheid

58 % van de Nederlanders;
81 % van de Vlamingen.

Verwijzingen