promo

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

promo voor Wikimedia
Uitspraak
Woordafbreking
  • pro·mo
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord promo promo's
verkleinwoord promootje promootjes

Zelfstandig naamwoord

promo v/m

  1. reclame- of promotieuiting
    • ‘Dames en heren, mannenhaters en feministen, ik vergeef jullie en bedank jullie voor deze verwarring over mij. Deze promo is precies wat ik nodig had voor mijn album dat dit jaar op 15 juni gelanceerd wordt.’[1] 
    • De Toro Rosso STR13 zal net als de wagens van de overige teams voor het eerst officieel in actie komen tijdens de eerste testdag op het Circuit de Catalunya vlakbij Barcelona. De STR13 zal echter wel al de week voordien op het circuit van Misano zijn baandebuut maken en dat in het kader van een zogenaamde 'filmdag', waarbij er promo-opnamen gebeuren.[2] 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen