preuts

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • preuts
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘(overdreven) kuis’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1611 [1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen preuts preutser preutst
verbogen preutse preutsere preutste
partitief preuts preutsers -

Bijvoeglijk naamwoord

preuts

  1. zeer ingetogen, overdreven kuis
    • Het Victoriaanse tijdperk is erom berucht dat het enorm preuts was. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen