pretpark

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pret·park
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord pretpark pretparken
verkleinwoord pretparkje pretparkjes

Zelfstandig naamwoord

pretpark o

  1. een amusementsoord waar ter ontspanning en vermaak verscheidene attracties zijn opgesteld
Synoniemen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie