praktijklokaal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

praktijklokaal voor rietvlechten
Uitspraak
Woordafbreking
  • prak·tijk·lo·kaal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord praktijklokaal praktijklokalen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

praktijklokaal o

  1. schoollokaal waarin beroepsvaardigheden kunnen worden aangeleerd en geoefend
    • Achter de school wordt dit jaar bij het bestaande praktijklokaal een zogenaamde overkapte stelplaats aangelegd voor metselleerlingen. Ze leren daar in praktijk het werken op een bouwplaats. [1] 
    • Er komt een praktijklokaal voor bloemschikken, met een kleine winkel voor consumenten, ‘uiteraard niet om te concurreren met bloemisten’. [2] 
    • In het praktijklokaal van de Haagse school rollen zijn leerlingen ondertussen roosjes van marsepein, die straks als 'finishing touch' op hun zelfgebakken taarten worden geplakt. [3] 

Gangbaarheid


Verwijzingen