potverdorie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pot·ver·do·rie
Woordherkomst en -opbouw

Tussenwerpsel

potverdorie

  1. (krachtterm) om ergernis uit te drukken
     Nu waarschuwt ze anderen voor het therapeutencircus. „Ik dacht potverdorie, wat heb ik al die tijd gedaan?”[2]
  2. (krachtterm) om de uitdrukking van een gevoel te versterken
     Zelf twijfelde Feijs ook. „Potverdorie, moet ik het wel gaan doen?”[3]
Synoniemen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. potverdorie op website: Etymologiebank.nl
  2. Bronlink geraadpleegd op 17 oktober 2020 Weblink bron Joke Mat “Marian Mudder: ‘Op een dag besloot ik niet meer naar mijn hoofd te luisteren’” (6 februari 2018) op nrc.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 17 oktober 2020 Weblink bron Liza van Lonkhuyzen “Zij verlieten de zorg, maar corona bracht ze terug. ‘Is het wel verstandig, Henk?’” (12 april 2020) op nrc.nl
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be