Naar inhoud springen

poosje

Uit WikiWoordenboek
  • poos·je

hetpoosjeo

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord poos
     'Laat hen een poosje slapen, mijnheer Brandt,' zegt Kobell.[1]
     We zaten een poosje zwijgend in de schemering naar het geluid van de merels te luisteren.[2]
98 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[3]
  1. Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de Herengracht” (2022), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024586332
  2. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be