polyvalent

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • po·ly·va·lent
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van het Latijnse valens (teg. deelw. van valēre [sterk zijn, waard zijn, betekenen]) met het voorvoegsel poly- [1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen polyvalent polyvalenter meest polyvalent
verbogen polyvalente polyvalentere meest polyvalente

Bijvoeglijk naamwoord

polyvalent

  1. (medisch) meerwaardig
  2. (scheikunde) een hogere valentie dan één bezittend
    polyvalent bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl