polyvalent

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • po·ly·va·lent
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van het Latijnse valens (teg. deelw. van valēre [sterk zijn, waard zijn, betekenen]) met het voorvoegsel poly- [1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen polyvalent polyvalenter polyvalentst
verbogen polyvalente polyvalentere polyvalentste
partitief polyvalents polyvalenters -

Bijvoeglijk naamwoord

polyvalent

  1. (medisch) meerwaardig
  2. (scheikunde) een hogere valentie dan één bezittend
    polyvalent bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Vertalingen

Gangbaarheid

74 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl