polaroid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

polaroid
Uitspraak
Woordafbreking
  • po·la·roid
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘polariserende kunststof voor zonnebrillen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1939 [1]
  • van de Engelse merknaam Polaroid
enkelvoud meervoud
naamwoord polaroid polaroids
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

polaroid v/m

  1. kunststof voor zonnebrillen dat licht polariseert
  2. een direct-klaar foto
    • In het huis, dat vier slaapkamers had, waren opvallend veel sloten aanwezig. Van de speelgoedkast tot de koelkast: alles was op slot. Ook werd een polaroid gevonden. Het beeld was huiveringwekkend: een bed met metalen frame waaraan een vastgeknoopt touw hing. Iemand had toen al het ergste kunnen vermoeden. [2] 
    • Tegenwoordig stellen de meeste foto’s weinig meer voor. Telefoon uit de zak, één klik en het moment is digitaal vastgelegd om aan de hele wereld door te sturen. Doodzonde, laat een klein groepje Polaroid-fanaten blijken in de documentaire Instant dreams. Ze missen de kleine imperfecties en verkleuringen, de onherhaalbare afdruk van een klein moment, het minuutje samen wachten tot de foto in je handen ontwikkeld is. [3] 
    • Polaroid is terug en groeit explosief. De fabrikant van directklaarfilms maakt een opmerkelijke comeback, sinds vorig jaar zelfs weer onder de iconische merknaam Polaroid. Het productievolume lag vorig jaar op 1,6 miljoen filmcassettes, dit jaar wordt dat aantal opgeschroefd naar 3,5 miljoen. Om die aantallen te halen, wordt het personeelsbestand (nu 87) langzaam verder uitgebreid. [4] 
    • Oudere lezers zullen zich hem nog herinneren: de Polaroidcamera. Camera en printer in één: je maakte een foto en binnen een paar minuten had je een afdruk in de hand, vaak een beetje bleek en met een brede witte rand. [5] 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen