poepluier

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

spoedcursus verschonen van poepluiers
Uitspraak
Woordafbreking
  • poep·lui·er
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord poepluier poepluiers
verkleinwoord poepluiertje poepluiertjes

Zelfstandig naamwoord

poepluier v/m

  1. een luier waarin poep zit
    • De Telegraaf is op zoek naar vaders én naar moeders die helemaal geen behoefte hebben aan uitbreiding van het ouderschapsverlof. Was u als vader juist blij dat u weer aan het werk kon, weg van de dampende poepluiers en kraamvisite?[1] 
    • Toen Liesbeth 33 was, werd ze zwanger. We kregen een zoon en ik was in de wolken. Poepluiers, flesjes, huiluurtje: geen enkel probleem. Maar die gebroken nachten. Zo had ik ze sinds mijn studententijd niet meer meegemaakt.[2] 

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
76 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. de Telegraaf 26 apr. 2017 OPROEP: Geen behoefte aan papadag 26 apr. 2017 in BINNENLAND
  2. de Telegraaf 20 feb. 2017 ’Te oud voor het vaderschap’
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be