pillen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pil·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
pillen
pilde
gepild
zwak -d volledig

Werkwoord

pillen [1] [2] [3] [4]

  1. onovergankelijk (informeel) aan de pil zijn

Zelfstandig naamwoord

pillen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord pil

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
pillar

pillen

  1. aanvoegende wijs derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van pillar
  2. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van pillar