pieken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pie·ken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
pieken
piekte
gepiekt
zwak -t volledig

Werkwoord

pieken

  1. inergatief, (sport) uitzonderlijk goed presteren
    • Hij is echt aan het pieken, iedereen verwacht nu een record. 
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

pieken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord piek

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.