parlofoon

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

parlofoon
Uitspraak
Woordafbreking
  • par·lo·foon
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Frans
enkelvoud meervoud
naamwoord parlofoon parlofoons
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

parlofoon m

  1. een systeem waarmee op afstand kan worden gecontroleerd wie er heeft aangebeld
    • Het KI is een oud zeer in onze fiscaliteit. Het is absurd dat een ambtenaar voor een woning die vandaag in gebruik wordt genomen, de totale netto-jaarhuurwaarde uit 1975 moet vaststellen. Want dat is het KI in feite. Te meer daar heel wat hedendaagse snufjes in 1975 niet eens bestonden (ingebouwde stoomoven, domotica) of als extreme luxe werden gezien (parlofoon, vaatwasser). [1] 
    • ‘Dat werkt nog het best: even snel praatje op straat slaan voor ik bij hen aanbel’, zegt Lidewij. ‘Als je jezelf via een parlofoon moet voorstellen zonder dat mensen je al eens gezien hebben, zijn ze minder geneigd om je binnen te laten, al levert het wel de spontaanste gesprekken op.’ [2] 
    • ‘Naar de zesde verdieping en dan nog een trap omhoog’, zegt Mieke Vogels aan de parlofoon. Ze woont in Deurne-Noord samen met haar man Willy De Winter, in een groot appartement van waaruit je ’t Stad kan overzien. [3] 
Synoniemen

Gangbaarheid

36 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. De Standaard 13 MEI 2015 Frédéric Depauw Weg met het kadastraal inkomen
  2. De Standaard 05 OKTOBER 2015 OM 03:00 UUR | Cathérine De Kock ‘Ik kijk nu met meer begrip naar mensen’
  3. De Standaard 18 JULI 2016 Veerle Beel en Maarten Goethals ‘Wij hadden een panische angst voor de atoombom’