paratroeper

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pa·ra·troe·per
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord paratroeper paratroepers
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

paratroeper m

  1. (militair) militair die behoort tot de paratroepen

Gangbaarheid

74 % van de Nederlanders;
62 % van de Vlamingen.

Meer informatie