paganisme
Uiterlijk
- pa·ga·nis·me
enkelvoud | meervoud | |
---|---|---|
naamwoord | paganisme | |
verkleinwoord |
het paganisme o
- voor-Christelijk heidens geloof
- ▸ Ouders zeggen dat ze aanhanger zijn van bijvoorbeeld paganisme of objectivisme, maar 'ook geloof in kabouters moeten wij serieus nemen', aldus Dubbelman. Inhoudelijk toetsen van het verzoek om vrijstelling mag niet van de wetgever, dus kan het OM alleen kijken of aan de formele eisen voor vrijstelling van de leerplicht is voldaan. Is dat het geval, dan wordt de aanvraag toegekend.[2]
- ▸ Het aantal IJslanders dat lid is van de nationale Evangelische Lutherse Kerk daalde sinds 2009 met 10 procent. Terwijl het aantal aanhangers van het paganisme –teruggrijpend op voorchristelijke religies– er flink toenam, zoals het IJslandse bureau voor de statistiek becijferde. De cijfers kwamen onlangs naar buiten.[3]
- Het woord paganisme staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "paganisme" herkend door:
59 % | van de Nederlanders; |
62 % | van de Vlamingen.[4] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Weblink bron “Steeds vaker thuisonderwijs wegens geloof” (06-11-2013), Tubantia
- ↑
Weblink bron “Kerken in IJsland en Zweden onder druk” (06-04-2016), Reformatorisch Dagblad
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be