overdekt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • over·dekt
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van overdekken: de stam met de uitgang -t, zonder ge- vanwege voorvoegsel

Werkwoord

vervoeging van: overdekken…
verbogen vorm: overdekte

overdekt

  1. voltooid deelwoord van overdekken

Werkwoord

vervoeging van
overdekken

overdekt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van overdekken
    • Jij overdekt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van overdekken
    • Hij overdekt. 
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van overdekken
    • Overdekt! 
vervoeging van: overdekken…
verbogen vorm: overdekte

overdekt

  1. voltooid deelwoord van overdekken
stellend
onverbogen overdekt
verbogen overdekte
partitief overdekts

Bijvoeglijk naamwoord

overdekt

  1. Voorzien van een dak, niet in de buitenlucht
    • Je kunt tennissen in een overdekte hal. 
  2. voorzien van een natuurlijke bedekking
     We praatten de hele dag en hij leerde me hoe ik veilig een gevaarlijke sneeuwbrug over kon steken door mijn wandelstokken horizontaal te houden voor het geval de sneeuw onder me wegviel en ik in de overdekte ijsrivier terecht zou komen.[1]
Antoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be