opgehouden
Uiterlijk
- Geluid: opgehouden (hulp, bestand)
- op·ge·hou·den
| vervoeging van: | ophouden… |
| verbogen vorm: | opgehoudene |
opgehouden
- voltooid deelwoord van ophouden
- Het is opgehouden met regenen.
- ▸ Het was bijna een jaar geleden dat ik de facto was opgehouden met mijn werk voor de geheime dienst, maar alles in mijn hele leven draaide er wel nog steeds om.[1]
- ▸ Dit was uiterst delicaat werk, omdat de schijn moest worden opgehouden dat Pompeius zich niet meer met politiek bemoeide.[2]
- Het woord opgehouden staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ “De man zonder gezicht” (2022), Ambo Anthos, ISBN 9789026325854
- ↑ “Imperium” (2006), Cargo, ISBN 9023420535