onzindelijk
Uiterlijk
- Geluid: onzindelijk (hulp, bestand)
- on·zin·de·lijk
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | onzindelijk | onzindelijker | onzindelijkst |
| verbogen | onzindelijke | onzindelijkere | onzindelijkste |
| partitief | onzindelijks | onzindelijkers | - |
onzindelijk [1]
- zijn natuurlijke behoeften niet beheersend
- goor, morsig
- met het bijhalen van niet ter zake doende elementen
- ik vind dat een heel onzindelijke redenering
- Het woord onzindelijk staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "onzindelijk" herkend door:
| 86 % | van de Nederlanders; |
| 87 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be