onverwijld

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·ver·wijld
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen onverwijld onverwijlder onverwijldst
verbogen onverwijlde onverwijldere onverwijldste
partitief onverwijlds onverwijlders -

Bijvoeglijk naamwoord

onverwijld

  1. (formeel) zonder uitstel
    • Hij gaf ons onverwijlde hulp. 
Vertalingen

Gangbaarheid

82 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.