ontsteld

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·steld
Woordherkomst en -opbouw
  • vervoeging van ontstellen: de stam met de uitgang -d, zonder ge- vanwege voorvoegsel

Werkwoord

vervoeging van: ontstellen…
verbogen vorm: ontstelde

ontsteld

  1. voltooid deelwoord van ontstellen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen ontsteld ontstelder ontsteldst
verbogen ontstelde ontsteldere ontsteldste
partitief ontstelds ontstelders -

Bijvoeglijk naamwoord

ontsteld

  1. tijdelijk niet in staat om iets te doen vanwege een emotionele of lichamelijke klap
    • Bert was ontsteld door het plotselinge verlies van zijn broer. 
Synoniemen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be