onpaar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·paar
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen onpaar
verbogen onpare

Bijvoeglijk naamwoord

onpaar

  1. niet even, oneven, geen paar vormende
    In een scheepscontainer zitten alleen onpare schoenen om diefstal te ontmoedigen.

Meer informatie