onderwijsbevoegdheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·der·wijs·be·voegd·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord onderwijsbevoegdheid onderwijsbevoegdheden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

onderwijsbevoegdheid v

  1. (onderwijs) bevoegdheid om les te geven in bepaalde vakken met een bepaald niveau

Meer informatie

Gangbaarheid