oncomfortabel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • on·com·for·ta·bel
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen oncomfortabel oncomfortabeler oncomfortabelst
verbogen oncomfortabele oncomfortabelere oncomfortabelste
partitief oncomfortabels oncomfortabelers -

Bijvoeglijk naamwoord

oncomfortabel

  1. niet prettig, niet comfortabel
    • En romantische interactie met Joodse medestudenten? Nee, dat sluiten ze uit. Bana kan zich „niet voorstellen” dat ze met een Jood zou gaan. Haar ouders zien haar aankomen, zegt ze. Raza (21) vult aan: „Als je dan kinderen met hem krijgt, moeten die dienen in het Israëlische leger. Dat is voor ons niet aanvaardbaar.” Gemengde huwelijken zijn overigens uiterst zeldzaam in Israël; in een recente opiniepeiling zei 97 procent van de Joden zich „oncomfortabel” te voelen als hun kind met een moslim zou trouwen. [1] 
Synoniemen
Antoniemen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. NRC Derk Walters 6 januari 2017
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be