comfortabel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

comfortabel openbaar vervoer
Uitspraak
Woordafbreking
  • com·for·ta·bel
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen comfortabel comfortabeler comfortabelst
verbogen comfortabele comfortabelere comfortabelste
partitief comfortabels comfortabelers -

Bijvoeglijk naamwoord

comfortabel

  1. gerieflijk, aangenaam om in te verkeren
    • Ademhalen voor ‘RCO meets Europe’? Alle 28 lidstaten van de EU zullen straks worden bezocht, al is de uitsmering over drie seizoenen comfortabel.[2] 
Synoniemen
Antoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. NRC cultuur top 100